
Artist impression van de zoutdam
Uit onderzoek blijkt: er zijn technische mogelijkheden voor het verzoeten van het Grevelingenmeer
26 augustus 2025 – De beschikbaarheid van zoet water in Nederland, de Zuidwestelijke Delta én Zeeland staat onder druk. Dat vraagt om actie. Om die reden heeft de Provincie Zeeland opdracht gegeven een onderzoek uit te voeren naar de technische haalbaarheid van een zoet, vitaal Grevelingenmeer. Uit het onderzoek blijkt dat er technische mogelijkheden zijn voor het verzoeten van het Grevelingenmeer.
Periodes van weersextremen, zoals droogte, nemen in de toekomst alleen maar toe en kunnen grote gevolgen hebben voor agrariërs en de voedselproductie. Daarom willen we alle mogelijkheden onderzoeken om de zoetwatervoorziening van Zeeland te verbeteren. Van waterbesparing tot aanvoer en opslag. Van klein tot groot.
Dat in combinatie met de noodzaak tot verbetering van de waterkwaliteit van het Grevelingenmeer heeft ervoor gezorgd dat de Provincie Zeeland de opdracht heeft gegeven om een onderzoek uit te voeren naar de technische mogelijkheden voor een zoet en vitaal Grevelingenmeer.
Het Grevelingenmeer is met een aantal maatregelen te verzoeten. Een zoutdam op de kop van de huidige Brouwerssluis zorgt voor ‘selectieve onttrekking’. Dit betekent dat bij eb zoet water uit het oosten het zoute water onder de zoutdam door naar de Noordzee duwt, omdat zoet water op zout water drijft.
Met het verleggen van een stukje van de Philipsdam zal de huidige Flakkeese spuisluis geen zout water uit de Oosterschelde meer inlaten, maar zoet water uit het Krammer-Volkerak.
In natte maanden gaat er vanuit de rivieren 70 kubieke meter per seconde extra door de Volkerakspuisluis en de verlegde Flakkeese spuisluis. Daarmee is na één tot twee jaar 95 procent van het Grevelingenmeer verzoet, op de diepste delen na. In zeer droge tijden verandert er niets ten opzichte van de zoetwaterverdeling anno 2025. Dan wordt juist de reservoirfunctie van het Grevelingenmeer aangesproken. Goed voor een overbrugging van maximaal vier maanden zonder externe aanvoer.