Pleidooi voor nationaal programma bodemdaling

Foto: www.slappebodem.nl

Het Platform Slappe Bodem heeft eind mei een pleidooi gestuurd aan de informateur Hamer, waarin het platform pleit voor een nationaal programma bodemdaling in de komende kabinetsperiode.  Het tegengaan van bodemdaling in de dorpen en steden en op het platteland van West- en Noord-Nederland is een van de grote opgaven voor het nieuwe kabinet.
Bodemdaling levert een bijdrage aan klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen; het leidt tot hoge kosten voor aanleg, beheer en onderhoud van wegen, riolering en leidingen en tot funderingsproblemen. Dit heeft gevolgen voor zowel landbouw als natuur, maar ook voor dorpen en steden.
Schade bodemdaling loopt komende 30 jaar op tot in miljarden en waardeverlies
Als het huidige beleid niet aangepast wordt, zou de schade 22 miljard euro tot 2050 kunnen bedragen (PBL, 2016). Alle reden om in actie te komen om deze schade te vermijden. Er valt veel geld te besparen. Nu investeren in een nationaal programma bodemdaling leidt tot beperking van schade en kosten in de toekomst. De investering verdient zich dus terug.

Door bodemdaling worden dorpen en steden geconfronteerd met verzakkende wegen, kapotte kabels, leidingen en riolering, wateroverlast en verloedering. Gemeenten, huis- en pandeigenaren ondervinden grote schade en overlast door bodemdaling. Funderingen verliezen hun functie, panden zakken scheef en de schade aan panden heeft grote impact op de leefbaarheid. Ook tuinen, parken, terrassen en opritten verzakken.
Op het platteland zijn de uitstoot van broeikasgassen en waterpeil in combinatie met klimaatverandering grote uitdagingen voor agrariërs en waterbeheerders.

Bodemdalingsopgave behoeft nu nationaal programma en coördinerend minister
In het pleidooi staat beschreven hoe een nationaal programma er uit zou moeten zien. In het nationaal opgezet programma werken het Rijk, de provincies, waterschappen en gemeenten samen aan nationale doelen met een coördinerende minister.
Het betekent niet dat het Rijk alle verantwoordelijkheid (en kosten) op zich moet nemen: Rijk en decentrale overheden zijn samen verantwoordelijk en vullen elkaar aan in de aanpak. Een aantal politieke partijen (VVD, CDA, D66, GroenLinks en PvdA) heeft de nationale aanpak van bodemdaling onderkend in het verkiezingsprogramma. Ook bij het Rijk is al aandacht voor bodemdaling, maar de aandacht is nu versnipperd en ligt bij vijf verschillende ministeries. Het wordt mede daardoor onvoldoende als geheel en in zijn kern aangepakt en vertaald naar noodzakelijke acties. Een nationaal programma én een coördinerende minister moeten hierin verbetering brengen.

Meer bij Slappe Bodem>