Prinsjesdag 2026:  ‘Extra geld voor infrastructuur, maar scherpe keuzes blijven nodig’

(Foto: Rijkswaterstaat)

15 september 2026 – Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor de periode tot 2040 in totaal € 5,1 miljard extra toegevoegd aan het Mobiliteitsfonds. Hiervan wordt € 1,5 miljard uitgetrokken voor groot onderhoud van onze infrastructuur. Met jaarlijks € 300 miljoen wordt de regionale bereikbaarheid verbeterd, door te investeren in infrastructuur en mobiliteit in de regio. Ondanks het extra geld blijven scherpe keuzes noodzakelijk.
Dat maakte het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&W) tijdens Prinsjesdag 2026.
Het ministerie onderstreept het belang van een goede infrastructuur, maar moet ook toegeven dat de opgave groot is en de middelen beperkt zijn. Ondanks deze extra € 1,5 miljard blijven scherpe keuzes volgens I&W noodzakelijk. Minister Karremans en staatssecretaris Bertram werken daarom aan een herprioritering van álle infrastructurele projecten van het Rijk, waarbij miljarden worden verschoven van nieuwe aanleg naar vernieuwing en onderhoud. De basis moet weer op orde worden gebracht om de bereikbaarheid en economische welvaart van ons land ook in de toekomst op peil te houden. Om elke euro zo goed mogelijk uit te geven zijn met de Tweede Kamer criteria afgesproken om te bepalen welke projecten als eerst worden uitgevoerd.

De bereikbaarheid van de regio staat onder druk. Het kabinet trekt daarom structureel € 300 miljoen extra uit om specifiek die regionale bereikbaarheid te verbeteren. Dit geld geeft een stevige impuls aan bijvoorbeeld infrastructuur en OV in de regio. Want elke regio telt.

Om Schiphol als belangrijke motor van onze economie concurrerend te houden verlaagt de overheid de vliegbelasting op vluchten verder dan 5500 kilometer. Daarmee komt die op hetzelfde niveau te liggen als in Duitsland. Daarnaast wordt het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstoffen gestimuleerd. Het kabinet draagt € 45 miljoen bij aan een fonds van Schiphol. Luchtvaartmaatschappijen kunnen aanspraak maken op dit fonds voor elke liter SAF die ze bijmengen, bovenop de Europese bijmengverplichting die al geldt. Dit is goed voor het terugdringen van de CO2-uitstoot, en voor de Nederlandse innovatieve chemiesector.

Op en onder de Noordzee bevinden zich verschillende soorten infrastructuur die cruciaal zijn voor Nederland en onze buurlanden, zoals kabels voor elektriciteit en data, windmolenparken en boorplatformen. Vanwege de toegenomen geopolitieke dreiging werd in 2024 het Programma Bescherming Noordzee Infrastructuur opgezet. Het kabinet trekt nu jaarlijks € 78 miljoen uit, waarmee onder meer de oprichting van een Nationaal Maritime Security Centre wordt gefinancierd.

Meer bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat>