Lage rivierstanden zorgen voor extra maatregelen tegen droogte en verzilting

(Foto: Rijkswaterstaat)
21 juli 2026 – De aanhoudende droogte blijft gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van zoet water in Nederland. Hoewel de extreme hitte is afgenomen, valt er nog steeds weinig neerslag, zowel in Nederland als in de stroomgebieden van de Rijn en de Maas. Daardoor zijn de afvoeren van beide rivieren uitzonderlijk laag voor de tijd van het jaar en blijft de watertemperatuur relatief hoog.
De gevolgen zijn merkbaar voor natuur, landbouw en scheepvaart. Planten en gewassen kampen met een tekort aan water, terwijl binnenvaartschepen door de lage waterstanden minder lading kunnen vervoeren. Op sommige plaatsen verslechtert de waterkwaliteit door de combinatie van warm water en weinig stroming. Dat vergroot de kans op blauwalg en vissterfte. Daarnaast dringt zout water vanuit zee verder landinwaarts, waardoor de verzilting in delen van West-Nederland toeneemt.
Om de gevolgen te beperken nemen Rijkswaterstaat en de waterschappen verschillende maatregelen. Zo wordt zuinig omgegaan met het schutten van sluizen, worden extra pompen ingezet en wordt waar mogelijk zoet water vastgehouden of anders verdeeld. Ook zijn de Haringvlietsluizen gesloten om zoutindringing tegen te gaan en wordt via onder meer de Lek en het Markermeer extra zoet water aangevoerd.
Daarnaast hebben verschillende waterschappen een verbod ingesteld op het onttrekken van oppervlaktewater. Op sommige zwemlocaties gelden negatieve zwemadviezen vanwege een verminderde waterkwaliteit.